Architect A.A. Kok

Het verhaal van de architect en de symboliek.

Ir. A.A. Kok werd geboren in Dordrecht op 23 mei 1881. Hij overleed in Amsterdam, de plaats waar hij woonde en werkte, op 15 april 1951. Hij had zich daar op 27-jarige leeftijd in Amsterdam als architect gevestigd.


Op andere terreinen was hij actief: in 1907 kwam hij in de redactievan het weekblad Architctura, het orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia, welke groep fel streed tegen de sleur van het 19e eeuwse eclectisme (samenraapsel van stijlen). Hij was ook secretaris van de Bond Heemschut en publiceerde veel.


Een portret uit de Winterswijkse Courant van 1937.


In enkele interviews spreekt hij zich als volgt uit:

Dat is ’t bovenmenschelijke, dat in de bouwkunst is. Wanneer de mensch gereed is dan is ’t bouwwerk niet gereed, wel neen, dan begint ’t pas.Dan komt de wind en de zon en de regen, dan komt de uitzetting door de warmte, de uitzetting gevolgd door inkrimping bij koude, dan komt nog veel meer waar menschen niet bij kunnen. Dan gaat langzaam alles tenonder. Eens wordt alles stof. Doch deze vernietiging geschiedt in groote mildheid. Wat goed gemaakt werd en van edele materialen is trotseert de eeuwen.

Wat slecht gemaakt wordt of in onedele materialen of wat bedrog is, gaat snel ten onder.Doch zo mild is deze vernietiging, dat het zoo langzaam gaat, dat de mensch ’t niet zien kan evenmin als hij zien kan, dat de schaduwstreep van den zonnewijzer verschuift en boven-dien geschiedt de vernietiging in schoonheid. Want zelfs de paddestoel, die ’t hout doet vergaan is schoon en de ruïne is zoo pittorresk, dat de schilder haar tot onderwerp van zijn kunst maakt.


 

En ook gaat zijn visie verder dan het enkel neerzetten van een nieuw gebouw:

Ik zeide reeds iets van vorm en kleur dat de kunstwaarde van een bouwwerk beheerscht. Doch daarmede is men een niet bouwwerk niet klaar. Daar komt nog wat bij. Dat is het doel. En het doel vraagt naar symboliek. Doel en symboliek gaan hand aan hand.

Dat is ’t best begrijpelijk te maken met eenige voorbeelden. Een protestants kerkgebouw ouder dan de hervorming en ook een nieuwe katholieke kerk hebben als hoofdelementen een koor, een schip en een toren, die ieder hun afgebakend doel hebben en tevens symbool zijn.

 

Hieruit blijkt wel degelijk wat hem voor ogen stond. Maar aan de andere kant geeft hij aan dat men met zijn kennis niet teveel te koop moet lopen:


Over de dingen van hoogere waarde, van proportiestelsel en symboliek doet men ’t best bij het ontwerp van gebouw zoomin mogelijk te spreken, want anders wordt men door diegenen, die dat niet omvatten kunnen minzaam uitgelachen.

 

Tenslotte nog over de symboliek
Uit het voorgaande zou je kunnen opmaken de de architect maatschappelijke veranderingen voorzag. Dat zie je wel meer bij beeldende kunstenaars. Hier zou dat kunnen slaan op de ontkerkelijking, en op het feit dat de overheid een aantal taken van de kerk zou overnemen (hetgeen overigens ook in de Franse Tijd als was gebeurd).

En inderdaad, niet ver hier vandaan, aan de andere kant van de grens, was een ander, kennelijk machtig symbool gerezen en trok ons land binnen. 
Aan de andere kant van de wereld verrees een soortgelijk symbool. 
Het vertrouwen werd lang op de proef gesteld, en er vielen vele slachtoffers.

  


 

Maar er is meer . . . 
In de interviews laat hij zich als volgt uit: "Maar men moet vertrouwen hebben, vertrouwen”.
"Men moet vertrouwen hebben, men moet vertrouwen hebben”.


Uiteindelijk verrees er naast het gemeentehuis een nieuw symbool, een symbool van vertrouwen, dat ook in deze tijd nodig is.


Winterswijk, november 2012,
Tekst : Menno Tolsma 
Foto’s : Wilma Dondergoor
Op dit artikel rust auteursrecht