architectuur winterswijk
Torens
Het is al een aantal jaren geleden dat ik in een boek over Winterswijk iets las over het in 1937 gebouwde gemeentehuis. De naam en auteur van het boek zijn mij ontschoten. Wel kan ik mij herinneren dat de schrijver, die kennelijk een deskundige was, naar voren bracht dat het gemeentehuis niet in een bepaalde stijl was gebouwd. Het was maar een samenraapsel.
Tot, op een zonnige namiddag op een terras met uitzicht op de toren van het raadhuis, ik eens wat beter ging kijken. Zoals wel meer bij publieke gebouwen voorkomt, heeft het een toren. Op zich niet apart. De toren heeft een rondgang, een trans, kan zo zijn. Maar dat niet alleen, de toren heeft ook nog galmgaten…
En in gedachten ging mijn blik naar een andere toren, precies aan de andere kant van het gebouw waar ik zat. Dat is de toren van de grote (Jacobs) kerk op de markt in Winterswijk. De overeenkomsten tussen beide gebouwen: toren, trans en galmgaten. Maar dat niet alleen, beide hebben ook een beuk, een middenschip. In zoverre lijken raadshuis en kerk veel op elkaar.
Het is al een aantal jaren geleden dat ik in een boek over Winterswijk iets las over het in 1937 gebouwde gemeentehuis. De naam en auteur van het boek zijn mij ontschoten. Wel kan ik mij herinneren dat de schrijver, die kennelijk een deskundige was, naar voren bracht dat het gemeentehuis niet in een bepaalde stijl was gebouwd. Het was maar een samenraapsel.
Zijn er nog meer opvallende overeenkomsten?
Ik ben maar eens opgestaan en naar het gemeentehuis gelopen. En inderdaad, aan de andere kant van de toren, tegen het schip aan, is er een absis, een (afgeronde) aanbouw.
Dat zien we niet zo specifiek bij de grote kerk op de markt, maar wel heel duidelijk bij de katholieke kerk.
Het is al een aantal jaren geleden dat ik in een boek over Winterswijk iets las over het in 1937 gebouwde gemeentehuis. De naam en auteur van het boek zijn mij ontschoten. Wel kan ik mij herinneren dat de schrijver, die kennelijk een deskundige was, naar voren bracht dat het gemeentehuis niet in een bepaalde stijl was gebouwd. Het was maar een samenraapsel.
Zijn er nog meer opvallende overeenkomsten?
Ik ben maar eens opgestaan en naar het gemeentehuis gelopen. En inderdaad, aan de andere kant van de toren, tegen het schip aan, is er een absis, een (afgeronde) aanbouw.
Dat zien we niet zo specifiek bij de grote kerk op de markt, maar wel heel duidelijk bij de katholieke kerk.
En daar is nog een overeenkomst: roosvensters. Bij de katholieke kerk naast de absis, bij het gemeentehuis naast het bordes.
En om de vergelijking nog breder te maken: het gemeentehuis heeft een kleine stoa, een zuilengang, net zoals bij de katholieke kerk aan de voorkant.
In het verhaal over de overeenkomsten tussen het gemeentehuis en de kerken (vermeld op de website www.monumentenbelangenwinterswijk.nl, architectuur Winterswijk), had ik het over het feit dat de overheid taken van de kerk had overgenomen. Maar dat was toch ook al in de Franse Tijd gebeurd? Ik zal die vraag proberen te beantwoorden.
Misschien ligt er een andere symboliek aan de bouwstijl ten grondslag. en daar wordt in dat stukje ook naar verwezen: aan de andere kant van de grens, in Duitsland, was een systeem tot stand gekomen dat we kunnen bestempelen als een politieke ideologie met een quasi religieuze inslag, met een eigen leer, een eigen boek, en vooral een eigen leider. En allerlei daaraan gekoppelde riten en ceremonieen. Die waren niet bepaald seculier, werelds, maar hadden een geestelijke of symbolische achtergrond.
En dan is het ook wel duidelijk wat de architect van het Winterswijkse Gemeentehuis voor ogen had, wat hij voorzag. Geen seculiere religie, maar een ideologie met duidelijk religieuze pretenties, die zijn weerslag in die tijd vond in de toen geldende politieke systemen, in meerdere delen van de wereld.
Daarmee wordt ook duidelijk waarom de architect er, los van de letterlijke context waarin dat naar voren werd gebracht, op wijst dat het nodig is om vertrouwen te hebben.
Dan nu op weg naar de beelden, naar de verdere symboliek.
Recht tegenover het gemeentehuis staat een beeld (foto links onder tekst) voorstellende een vrouwenfiguur. Het beeld staat er ter herdenking van diegenen die in de oorlog zijn omgekomen.
Wat is de overdrachtelijke betekenis van dit beeld? Als je de indruk er van op je in laat werken dan voel je een grote lijdzaamheid. En dat was de houding van de Nederlandse overheid ten opzichte van het opkomende gevaar, men dacht toen nog in termen van Nederland Neutraal. De Nederlandse overheid kon niet opkomen voor haar onderdanen, en dat was toen een probleem.
Het volgende beeld (foto rechts boven tekst), naast het gemeentehuis, stelt ook een vrouw voor. Letterlijk genomen zou dit verwijzen naar de positie van de Winterswijkse verzetsvrouw die haar leven heeft moeten laten voor een ideaal waar zij, en anderen, voor stonden. Dit rijmt echter niet met Psalm 23.
Kijken we naar het beeld vanuit een andere optiek, dan zien we als het ware een archetype van een zorgende houding ten opzichte van het aan haar toevertrouwde medeschepsel. Het beeld is van 1955, in symbolische zin zien wij hier de opkomst van de verzorgingsstaat.
Er staan nog meer beelden bij het gemeentehuis, en wel de beeldengroep naast de rabobank, de voormalige boerenleenbank die gebaseerd was op samenwerking (cooperatie). Het ligt voor de hand om een link te leggen naar de financiele crisis die zich vanaf het jaar 2006 heeft voorgedaan. De beeldengroep heet De Wachters.
Deze beeldengroep roept in de eerste plaats associaties op met de Wachters van Plato, een bekende Griekse filosoof, die een verhandeling schreef over de ideale staat. Daarbij zou tussen de overheid en het volk een tussenlaag staan vaan een groep die als het ware toezicht hield op de gang van zaken. De huidige relatie tussen overheid en onderdanen is vooral van financiele aard.
Nog verder terug in de Geschiedenis komen wij de Wachters tegen bij Henoch, een soort apocriefe aarstvader van voor de zondvloed. Ook hij spreekt (schrijft) over een intermedium tussen de mensen en de goden, de heersers. In die tijd dus een soort engelen. Die gingen hun boekje te buiten en bemoeiden zich te zeer met aardse zaken, en verwerden zo tot Gevallen Engelen. De beeldengroep naast de bank dateert al uit de jaren 80 van de vorige eeuw, voorzag de kunstenares al wat er stond te gebeuren? En inderdaad, in die periode werd er op wetenschappelijk nivo al getwijfeld aan de houdbaarheid van de verzorgingsstaat.
Voor de goede orde, de blik van deze Wachters is gericht op het Noorden, volgens de bijbel de bron van alle rampspoed… Aan de andere kant zouden we kunnen concluderen dat de zeven magere jaren inmiddels achter de rug zijn. Het Noorden verwijst dan niet alleen naar de windrichting, maar ook naar de positie van de Poolster, die in het verleden van groot belang was voor de navigatie, en die al een tijd lang in helderheid toeneemt.
De geschiedenis zal zich wel niet herhalen, maar misschien moeten we voor de oplossing van de huidige problemen, en het kiezen van de juiste koers, niet teveel vertrouwen op computers en satellieten, maar naar traditionele middelen zoeken.
Winterswijk, eind december 2013, laatste aanpassing 3 maart 2014
Tekst: Menno Tolsma
Foto’s: Wilma Dondergoor
Architect A.A. Kok
Het verhaal van de architect en de symboliek.
Ir. A.A. Kok werd geboren in Dordrecht op 23 m
ei 1881. Hij overleed in Amsterdam, de plaats waar hij woonde en werkte, op 15 april 1951. Hij had zich daar op 27-jarige leeftijd in Amsterdam als architect gevestigd.
Op andere terreinen was hij actief: in 1907 kwam hij in de redactievan het weekblad Architctura, het orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia, welke groep fel streed tegen de sleur van het 19e eeuwse eclectisme (samenraapsel van stijlen). Hij was ook secretaris van de Bond Heemschut en publiceerde veel.
Een portret uit de Winterswijkse Courant van 1937.
In enkele interviews spreekt hij zich als volgt uit:
Dat is ’t bovenmenschelijke, dat in de bouwkunst is. Wanneer de mensch gereed is dan is ’t bouwwerk niet gereed, wel neen, dan begint ’t pas. Dan komt de wind en de zon en de regen, dan komt de uitzetting door de warmte, de uitzetting gevolgd door inkrimping bij koude, dan komt nog veel meer waar menschen niet bij kunnen. Dan gaat langzaam alles tenonder. Eens wordt alles stof. Doch deze vernietiging geschiedt in groote mildheid. Wat goed gemaakt werd en van edele materialen is trotseert de eeuwen.
Wat slecht gemaakt wordt of in onedele materialen of wat bedrog is, gaat snel ten onder.Doch zo mild is deze vernietiging, dat het zoo langzaam gaat, dat de mensch ’t niet zien kan evenmin als hij zien kan, dat de schaduwstreep van den zonnewijzer verschuift en boven-dien geschiedt de vernietiging in schoonheid. Want zelfs de paddestoel, die ’t hout doet vergaan is schoon en de ruïne is zoo pittorresk, dat de schilder haar tot onderwerp van zijn kunst maakt.
En ook gaat zijn visie verder dan het enkel neerzetten van een nieuw gebouw:
Ik zeide reeds iets van vorm en kleur dat de kunstwaarde van een bouwwerk beheerscht. Doch daarmede is men een niet bouwwerk niet klaar. Daar komt nog wat bij. Dat is het doel. En het doel vraagt naar symboliek. Doel en symboliek gaan hand aan hand.
Dat is ’t best begrijpelijk te maken met eenige voorbeelden. Een protestants kerkgebouw ouder dan de hervorming en ook een nieuwe katholieke kerk hebben als hoofdelementen een koor, een schip en een toren, die ieder hun afgebakend doel hebben en tevens symbool zijn.
Hieruit blijkt wel degelijk wat hem voor ogen stond. Maar aan de andere kant geeft hij aan dat men met zijn kennis niet teveel te koop moet lopen:
Over de dingen van hoogere waarde, van proportiestelsel en symboliek doet men ’t best bij het ontwerp van gebouw zoomin mogelijk te spreken, want anders wordt men door diegenen, die dat niet omvatten kunnen minzaam uitgelachen.
Tenslotte nog over de symboliek
Uit het voorgaande zou je kunnen opmaken de de architect maatschappelijke veranderingen voorzag. Dat zie je wel meer bij beeldende kunstenaars. Hier zou dat kunnen slaan op de ontkerkelijking, en op het feit dat de overheid een aantal taken van de kerk zou overnemen (hetgeen overigens ook in de Franse Tijd als was gebeurd).
En inderdaad, niet ver hier vandaan, aan de andere kant van de grens, was een ander, kennelijk machtig symbool gerezen en trok ons land binnen.
Aan de andere kant van de wereld verrees een soortgelijk symbool.
Het vertrouwen werd lang op de proef gesteld, en er vielen vele slachtoffers.
Maar er is meer…
In de interviews laat hij zich als volgt uit: “Maar men moet vertrouwen hebben, vertrouwen”.
“Men moet vertrouwen hebben, men moet vertrouwen hebben”.
Uiteindelijk verrees er naast het gemeentehuis een nieuw symbool, een symbool van vertrouwen, dat ook in deze tijd nodig is.
Winterswijk, november 2012,
Tekst : Menno Tolsma
Op dit artikel rust auteursrecht










